Wijziging transitievergoeding

20 december 2017 / Door Peter van den Hoef

Zo wijzigt de transitievergoeding na ontslag en dit zijn de gevolgen:

Iedereen die buiten zijn schuld ontslag krijgt, heeft straks wettelijk recht op een transitievergoeding. Dat geldt nu pas na twee jaar werken, maar het nieuwe kabinet wil dit mogelijk maken vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst. Wel gaat de opbouw omlaag vanaf 10 jaar in dienst. Dat kan tot een kwart minder ontslagvergoeding betekenen.

Nu we een paar jaar ervaring hebben met de transitievergoeding, gaat het nieuwe kabinet de ruwe kantjes van de regeling bijslijpen. Ook het vorige kabinet had overigens al wijzigingen klaarliggen.

Werkgeversvereniging AWVN heeft alle effecten voor de transitievergoeding op een rijtje gezet.

Zo wijzigt de transitievergoeding
De wijzigingen kunnen in sommige gevallen best groot zijn, vooral bij ontslag van werknemers rond de vijftig jaar met een langdurig dienstverband. Omdat voor de meeste maatregelen nieuwe wetgeving nodig is, zullen de wijzigingen waarschijnlijk pas na 2018 ingaan.

In de kabinetsplannen, krijgen werknemers direct recht op transitievergoeding en niet pas na een dienstverband van twee jaar. De opbouw van de transitievergoeding wordt een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Werknemers die een dienstverband van 10 jaar of langer hebben, krijgen geen hogere opbouw meer.

Er komt wel weer een overgangsregeling voor 50-plussers, maar het is nog onduidelijk hoe die regeling wordt vormgegeven. Kleine werkgevers die een transitievergoeding moeten betalen bij het stoppen van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid, krijgen hiervoor compensatie. Hiervoor heeft het vorige kabinet al een wetsvoorstel ingediend.

Bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, kunnen cao-partijen een afwijkende regeling afspreken. Ook deze mogelijkheid is al door het vorige kabinet in een wetsvoorstel vastgelegd. De mogelijkheid om scholingskosten te verrekenen met de transitievergoeding wordt ruimer. Kleine werkgevers die de transitievergoeding niet kunnen betalen, kunnen gebruik maken van de overbruggingsregeling. Ze hoeven dan de dienstjaren van de werknemer die voor 1 mei 2013 liggen niet mee te tellen. Deze overbruggingsregeling voor kleine werkgevers wordt vereenvoudigd en verruimd.Er komt geld beschikbaar voor compensatie van de transitievergoedingen wanneer een kleine werkgever zijn bedrijf stopt wegens pensionering of ziekte.

Dit zijn de gevolgen bij ontslag
De gevolgen voor werkgevers, hangen af van de samenstelling van het personeelsbestand (leeftijdsopbouw en duur van de dienstverbanden).
De groei van de transitievergoeding bij langduriger dienstverbanden neemt af, maar er blijft wel een overgangsregeling voor oudere werknemers. Verder kunnen kosten toenemen bij ontslag binnen twee jaar na de aanvang van dienstverbanden.

Voor werknemers, kunnen de veranderingen verschillend uitpakken, zo heeft AWVN berekend. Zo krijgt een 40-jarige medewerker met 13 dienstjaren straks 10 procent minder transitievergoeding. En werknemers van 47 tot 50 jaar met ongeveer dertig dienstjaren, kunnen tot wel 25 procent minder transitievergoeding ontvangen.

Overigens moet worden opgemerkt, dat nu ook al een overgangsregeling voor 50-plussers geldt, die in 2020 vervalt. In dat geval zou na 10 dienstjaren de ontslagvergoeding ook lager uitvallen.

Gevolgen kabinetsbeleid in beeld
In een tabel die AWVN heeft samengesteld, zijn de gevolgen weergegeven. In de linkerkolom (verticaal) staat de leeftijd. Horizontaal (bovenaan) staan de dienstjaren.

 

Bron: AWVN

De rode balk geeft aan dat werknemers straks recht krijgen op een transitievergoeding bij ontslag tot twee jaar dienstverband. Het groene vlak betekent dat de situatie niet wijzigt en de transitievergoeding 100 procent gelijk blijft. In het roze-gekleurde vak zijn de wijzigingen zichtbaar: na tien jaar dienstverband wordt de opbouw van de transitievergoeding minder dan nu en zal deze dus lager worden.

Bron: Personeelsnet.